Ik hou niet van een fatale einde en nooit ben ik van leven moe. Ik hou niet van het wilekeurige seizoen wanneer heb ik geen zin om vrolijk lied te zingen. Ik houd niet van de koude cynisme. Ik geloof niet in het bejubelen en nog wat... Wanneer de vreemde leest stiekem mijne brieven door het kijken over mijne schouder mee. Ik hou er niet van wanneer het voor de helft of als gesprek wordt plotseling gestopt. Ik hou er niet van wanneer zij schieten in de rug en walg mij ook over het schieten van dicht bij. Ik heb veel hekel aan de roddels en aan haatzaaiers, aan twijfels en aan andermans geslijm. Wanneer ik steeds wordt opgefokt of wanner wordt met de ijzer tegen het glas geknarst. Ik hou niet van blinde overtuiging. Voor mij mogen best de remmen doorslaan. Ik heb veel spijt dat de betekenis van de eer is vergeten. En wordt je pas vereerd wanneer je iemand heb verklikt. Ik hou van mij zelf niet wanneer ik lafaard ben. Ik ben beledigd wanneer onschuldigen geslagen worden. Ik hou er niet van als iemand gaat bemoeien met mijn ziel, bovendien als wordt er in mijn ziel gespuugd. Wanneer ik zie dat vleugels zijn gebroken, ben ik genadeloos en dat is niet zomaar... Ik hou niet van geweld en ook niet van de machteloosheid. Alleen echt jammer is dat Jesus is gekruisd. Ik hou niet van podiums en van shows Daar wordt door miljoenen met geld gesmeten. En zelfs als het ooit veranderd is, zal ik daar nooit de smaak te pakken hebben.
Marianna Travinskaia. Vertaling, 2019